woensdag 23 december 2015

Beslagvrije voet met vaste normen bepalen

Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) wil de beslagvrije voet in het vervolg aan de hand van vaste normen gaan bepalen. Nu moeten schuldenaren daarvoor zelf nog de meeste inkomensgegevens aandragen. "Mensen met schulden hebben vaak geen goed beeld meer van hun financiële situatie, waardoor ze verkeerde gegevens aanleveren. Dit leidt tot verkeerde berekeningen van de beslagvrije voet", stelt de staatssecretaris. 

Voortaan moeten de belangrijkste gegevens uit centrale bronnen worden gehaald, zoals de Basisregistratie Personen en de administratie van het UWV. Daarna wordt bekeken welk soort huishouden iemand heeft. Wanneer iemand een alleenstaande is, gelden er voor hem andere bedragen dan voor gezinnen met kinderen. Pas dan komt het inkomen aan bod. Mensen die redelijk tot goed verdienen krijgen een vaste beslagvrije voet: elke euro meer die er binnenkomt, moet naar de schuldeiser. Hoe hoog dat bedrag wordt, moet nog worden vastgesteld.

Klijnsma heeft al een indicatie van de gevolgen afgegeven. Ben je een alleenstaande met een inkomen van meer dan € 1.625,-, dan houd je € 1.275,- over om van te leven. Voor mensen die minder verdienen bestaat er geen vaste beslagvrije voet. Het bedrag wat over blijft wordt afgemeten aan de hoogte van het inkomen. Een alleenstaande die 1060 euro verdient (exclusief toeslagen) mag daarvan 930 euro vrij besteden. Is het inkomen 700 euro, dan houdt deze 672 euro over. 

Klijnsma denkt dat met deze wijziging de kans dat mensen met schulden niet rond kunnen komen, kleiner wordt. Vast staat in ieder geval dat de schuldeisers in de nabije toekomst minder snel hun geld zullen krijgen.